U bent hier: Home  »  Blog  »  Een sterke familieband (fantasieverhaal)

Een sterke familieband (fantasieverhaal)

Pas de volgende ochtend merkte ze dat ze haar ring kwijt was. Het doosje was leeg! Een schok ging door Maria heen. Hoe was dat mogelijk? Waarom had ze de ring gisteren niet alvast gepakt, zoals ze eigenlijk van plan was. Maar ja, de opwinding van een nieuwe minnaar hadden haar gedachten op hol gebracht. En dus was ze het vergeten. “Morgenvroeg, voor ik wegga, is het nog vroeg genoeg. Dan pak ik de ring wel.”, had ze gedacht. En nu lag de ring niet waar hij hoorde te liggen! Koortsachtig begon Maria te zoeken in haar bureaulades en daarna door haar nachtkastjes en alle andere kasten in haar woonkamer. Ondertussen schoot er van alles door haar hoofd.

Vandaag zou Maria de ring teruggeven. Het was haar laatste kans. Toen ze de ring enkele weken geleden kreeg, wilde ze er al niets van weten. Ze durfde ‘m ook aan niemand te laten zien, zeker niet aan leden van haar familie. Die zouden hier direct hun eigen conclusies aan verbinden. En omdat ze de gulle gever diep in haar hart verafschuwde, maar de ring niet terug durfde te geven, had ze deze in de geheime la van haar bureau gestopt en er verder niet meer naar om gekeken.
Ze had er ook nog met niemand over gesproken. Zelfs niet met Saskia, haar hartsvriendin. Ze wist niet hoe ze de werkelijke reden van haar afschuw over de ring aan haar vriendin moest uitleggen. Het wàs ook eenvoudigweg niet uit te leggen. Het was een gevoel. Ze vond de ring niet mooi, zelfs afschuwelijk en naargeestig tegelijk. En daarom had ze er voor gekozen de ring min of meer dood te zwijgen.

De ring was gemaakt van goud, maar dof geworden doordat hij veel gedragen was. De ring had de vorm van een slang, die zichzelf in zijn staart bijt. Het deed haar aan de slang van Adam en Eva denken. De slang, die vervolgens Satan bleek te zijn. De ogen van de slang waren voorzien van kleine diamantjes. En op z’n kop droeg de slang een soort kroontje met daarin een gladgepolijste steen. Pistache-groen met oranjeroze spikkeltjes, zo zag de steen eruit. Een unieke combinatie van kleuren in een steen die niet vaak in sieraden gebruikt werd; de zogenaamde ‘unakiet’. Ze wist dat sommige mensen hier een nogal vreemde waarde aan hechtten. Volgens de overlevering zou iemand die een steen van unakiet aan een ander cadeau geeft, één worden met die persoon. Maria geloofde daar echter niet zo in.

Maria was opgegroeid met sieraden en edelstenen. Ze was een vreemde loot aan de stam van de juweliersfamilie Van Rijnsburg. Haar overgrootouders waren er eind vorige eeuw mee begonnen. Hun dochter, Maria’s oma, had het als enigst kind daarna overgenomen en vervolgens was haar zoon, de vader van Maria er bij ingekomen. Zo was de zaak van generatie op generatie over gegaan. Haar drie jaar jongere broer Nico had inmiddels aangegeven dat hij de zaak straks wel over wilde nemen. Maria voelde hier niets voor, ze had altijd afstand genomen van alle pracht en praal die het bezitten van een juwelierszaak met zich mee brengt.
Door het verkopen van de meest exclusieve en vooral bijzondere Afrikaanse juwelen, waar haar grootvader ooit mee begonnen was, wisten mensen uit de wijde omtrek de winkel te vinden. En dat betekende dat de ene na de andere bontjas of driedelig pak de winkel betrad. Voor tienduizenden guldens werd er gekocht. Zonder blikken of blozen. Ook de Van Rijnsburgers hadden een vreemde adoratie voor het glimmende goud en edelstenen. Ze waren dan ook allemaal behangen met goud.
Maria had hier een sterke afkeer van gekregen. Ze vond de meeste juwelen best mooi, het waren tenslotte stuk voor stuk unieke kunstobjecten. Maar ze had er bewust voor gekozen om de juwelen nooit zelf te dragen. Mede daardoor voelde ze zich echter op familiebijeenkomsten altijd een vreemde eend in de bijt. Slechts een dun zilveren armbandje sierde haar pols. Die had ze op haar zestiende gekregen van haar eerste liefde. Ze had er nooit afstand van kunnen doen.
Maar goud? Oh nee, dat wilde ze niet dragen. Zeker niet het goud uit de zaak van haar familie. Al was het alleen al omdat zij wist waar de juwelen vandaan kwamen.

Haar grootvader had jaren geleden in Afrika een stamhoofd ontmoet die de kunst van het goud bewerken als geen ander verstond. Hij had dit ambacht aan de mannen van zijn stam doorgegeven. Er kwam geen machine aan te pas. Bloed, zweet en tranen en dagenlange noeste arbeid zorgden samen voor het prachtige eindresultaat.
De juwelierszaak van haar familie was vaste en enige afnemer geworden. In beginsel had opa goed betaald voor de juwelen. Maar dit werd jaren later door de familie teruggedraaid. Er werden belachelijk lage bedragen betaald aan de Afrikaanse arbeiders. Het goud alleen was in zijn gewicht al meer waard dan wat de familie betaalde. Vervolgens werd er met het grootste gemak nog eens 900% winst overheen gegooid, plus de zogenaamde onkosten, waarna ze als broodjes over de toonbank gingen. Maria wilde hier niet aan meewerken. Slavernij vond ze het.

Op haar veertiende was ze eens meegegaan met haar vader en oma, om de juwelen uit te zoeken in Afrika. Ze vond het wel spannend om in zo’n ver land te zijn. Omringd door allemaal vreemd uitziende, donkere mensen en om daar met eigen ogen te zien hoe de juwelen gemaakt werden. Ze werd er als een prinses ontvangen en verzorgd. En hoewel ze er stiekem van genoot, vond ze het toch ook allemaal nogal overdreven. Die mensen hadden het al zo zwaar.
Haar oma echter, vond de service kennelijk nog niet genoeg. Ze klaagde over het eten en eiste dat zij en haar familie in een andere hut konden slapen. Wat uiteindelijk resulteerde in een verhuizing naar de iets grotere hut van het stamhoofd. Maria had net zo lief op de grond geslapen en onderging dit allemaal met plaatsvervangende schaamte. Haar oma werd niet gehinderd door enig fatsoen en dat had Maria enorm tegengestaan.

Het stamhoofd had Maria aan het eind van het bezoek apart genomen en gezegd dat sommige edelstenen magische krachten bezaten. Er moest daarom voorzichtig met de juwelen omgegaan worden en ze mochten niet verkocht worden aan ‘slechte’ mensen. Het stamhoofd had gevraagd of zij hier op wilde letten, omdat haar familie hier geen waarde aan hechtte. Hij waarschuwde dat als de juwelen in verkeerde handen terecht kwamen, dat ze dan een duivelse invloed konden hebben.
Ze had het er nog wel eens met haar vader over gehad, maar die wimpelde het altijd weg met: “Ach, die man weet niet beter. Dat is bijgeloof, het hoort bij hun cultuur. Het gaat toch al jaren goed?”. En verder had ze er niet te lang bij stilgestaan. De pubertijd vroeg haar aandacht.

Ondertussen zocht ze nog steeds naar de ring. Ze voelde haar hart in haar keel bonzen en begon langzaam te denken dat ze gek werd. Ze had de ring destijds toch in die geheime la van haar bureau verstopt? Daarna had ze hem nooit meer in handen gehad. De sleutel van de lade had ze altijd bij zich. Niemand wist van het bestaan van de ring, noch van de lade af, dus hoe kon ze de ring dan kwijt zijn? En terwijl allerlei gedachten door haar hoofd bleven flitsen, haalde ze geïrriteerd nog eens alles ondersteboven. Ergens moest dat rotding toch zijn!
Een paar dagen geleden had ze, uit een vreemd soort van baldadigheid, besloten dat ze de ring vandaag terug zou geven. Ze moest naar een bijzondere familiebijeenkomst waar ze nou niet bepaald zin in had: de begrafenis van haar grootmoeder. Waarschijnlijk begeleid door luid gejammer en geweeklaag van alle familieleden. Maar vooral ook gekibbel, want de erfenis van oma was volgens vele familieleden niet eerlijk verdeeld. Haar grootmoeder kennende had ze dit expres gedaan, om tweespalt in de familie te veroorzaken. Eerlijk gezegd was Maria blij dat het nare mens dood was…

Maria vond het vroeger altijd leuk om met vriendjes en vriendinnetjes mee te gaan naar hun opa en oma. Die waren altijd zo aardig, zorgzaam, enneh… nou ja, gewoon echte opa’s en oma’s! Van haar moeders kant leefden haar grootouders al lang niet meer. Ze had ze nooit gekend. Haar opa van vaders kant was een lieve man geweest, maar hij was al lang geleden gestorven. Zij was vier toen het gebeurde. Het gezin was bij een oom en tante te logeren, toen er twee politieagenten voor de deur stonden. Nieuwsgierig als ze was ging Maria boven bij de trap staan luisteren. Al gauw begreep ze dat dit geen goed nieuws kon zijn. Haar moeder raakte erg van streek, waarna een van de agenten een arm om haar schouders legde. Haar vader bleef verbouwereerd staan.
Het was haar eerste kennismaking met de dood. Maria was destijds ook niet bij de begrafenis geweest. Daar vond haar familie haar te jong voor. Na de dood van opa had oma zich ontpopt tot een akelig serpent. Ze was bij het gezin van Maria in komen wonen. Oma leidde de zaak met strakke hand. Ook jaren later nog kon ze het niet laten om te pas en te onpas haar recht te doen gelden. In naam was ze nog steeds de eigenaresse van de juwelierszaak, maar de ouders van Maria hadden de lopende zaken inmiddels overgenomen. Oma haalde bij iedereen het bloed onder de nagels vandaan. Ze eiste dat ze bij elke beslissing werd betrokken en ze zat voortdurend te vitten op iedereen. Oma vond dat haar zoon de zaak niet goed bestierde en dat haar schoondochter het er al niet beter van af bracht. Ook Maria en haar broertje Nico bleven niet verschoond van oma’s commentaar. Een complimentje kon er nooit af. Niemand deed iets goed in de ogen van oma. Vriendjes en vriendinnetjes werden op die manier het huis uit gejaagd zodat oma het rijk weer alleen had. Wat had Maria een hekel gekregen aan haar oma.

Zelfs toen Maria op haar 18de jaar het huis uit ging om geschiedenis te studeren, bleef de invloed van oma groot. Ze verwachtte veel van haar oudste kleinkind en enige kleindochter en dit stak ze niet onder stoelen of banken. En ondanks het feit dat Maria steeds bleef zeggen dat ze niets voor het juweliersvak voelde en haar eigen keuzes wilde maken, bleef oma hameren op het belang van de juwelierszaak. En als oudste kleinkind was het nu eenmaal de taak van Maria om de zaak over te nemen. Vond oma…

Gelukkig was de familie al lang blij dat Nico graag juwelier wilde worden. En daarmee dacht Maria dat de kous af zou zijn. Echter, niet als het aan oma lag. Ze bleef zeggen dat Maria de familietraditie voort moest zetten. Dat het tijd werd dat een vrouw de touwtjes weer eens in handen nam. Maria zou dit vanzelf wel in gaan zien…

Een paar weken geleden resulteerde dit in een vreemd gesprek. Maria was op bezoek in haar ouderlijk huis en uiteraard ontbrak oma niet in het gezelschap. Op een moment dat ze even alleen gelaten werden, pakte oma een klein doosje en gaf dit aan Maria. Ze zei: “Ik wil dat je dit van mij aanneemt en dat je daarmee ook de plicht op je neemt om de nieuwe sterke vrouw van de familie te worden. Je moet mijn taak overnemen als ik er niet meer ben en de zaak met strakke hand leiden!”. Maria opende het doosje en zag toen de gouden slangenring van oma. Deze had ze altijd gedragen, zo lang Maria zich dat kon herinneren. Ze keek snel naar de rechterhand van haar oma en constateerde dat daar de ring ontbrak. “Maar…”, probeerde ze er tegenin te brengen. Echter, voordat Maria verder ook maar een woord uit kon brengen, kwam haar moeder de kamer in lopen en daarmee was het gesprek ten einde. Oma draaide zich om naar moeder en begon een gesprek over belangrijker zaken.

In de weken daarna zag ze regelmatig dat oma de handen van Maria afspeurde en haar vervolgens vragend aankeek. Oma leek rustiger te zijn geworden. Zeker van haar zaak. In ieder geval begon ze er niet meer over. Ze hield zelfs haar mond toen haar moeder en tante informeerden waar haar ring was gebleven. “Goed opgeborgen!”, was het enige dat ze erover kwijt wilde. Maria ontweek een gesprek hierover ook angstvallig, dus bleef het heikele onderwerp onbesproken.
Iets minder dan een week geleden stierf oma. Ze was 80 jaar geworden en had waarschijnlijk aangevoeld dat ze niet lang meer te leven had. En vandaag was dus de begrafenis. Zonder ring.

Maria had inmiddels alles afgezocht en plofte uitgeput op de bank neer. Ze begreep er niets van, maar probeerde het te accepteren. De ring was ze kwijt. Misschien maar goed ook. “Wat kan het mij ook eigenlijk schelen!”, dacht ze ineens, “Dan maar niet.”. Snel stond ze op om naar de begrafenis te gaan.
Eenmaal in de kerk aangekomen, kon Maria haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en liep langs haar familie naar de kist. Van een afstandje zag ze door de glazen deksel haar oma liggen. Dezelfde grijns als altijd om haar mond. Die nam ze kennelijk mee in haar graf. Maar toen Maria wat dichterbij kwam, ging er een siddering door haar heen. Vol verbijstering keek ze in de kist. Oma had een ring om. DE RING. Dezelfde ring die ze een paar weken geleden aan Maria had gegeven. De ring die Maria ertoe gebracht had om koortsachtig het hele huis te doorzoeken.

Ze schrok op uit haar gedachten toen iemand tegen haar zei: “Hier, dit is voor jou. Oma wilde dat jij dit zou krijgen!”. Het was haar vader die achter haar stond. Hij had iets in zijn hand. Maria keek en tot haar ontzetting zag ze opnieuw de ring. Echter, nu in haar vaders hand. Snel keek ze naar de vinger van oma, maar ze zag slechts een witte band op de plek waar zojuist nog de ring gezeten had. Ze had het toch durven zweren! “Ga je mee Maria? De dienst begint zo. Doe de ring maar om, dat zou oma fijn gevonden hebben.”, zei haar vader. Hij pakte haar hand en deed de ring om haar vinger. Maria kreeg het benauwd en probeerde nerveus om de ring weer af te doen, maar het lukte niet. De ring zat als een strakke band om haar vinger. Ze kreeg de neiging om tegen haar vader te gaan snauwen, maar ineens hoorde ze: “Je weet wat je te doen staat!”. Ze voelde een ijskoude hand om haar hart. Direct daarna werd het zwart voor haar ogen.

Oma had toch gewonnen…

Een dag niet geleerd is een dag niet geleefd!

Ik leer nog iedere dag. Van mijn werk, van de mensen met wie ik werk en de mensen die ik spontaan tref. Van het luisteren en kijken naar anderen. Door te lezen en te kijken of luisteren naar informatieve programma’s. Kortom, ik ben altijd op zoek naar kennis. Dat koester ik, want het leert me anderen te begrijpen en dat vormt mij.

Over mij Neem contact op

Contact

Regina Eggink
(voorheen Lankreijer-Eggink)
Tel. nr: 06 - 12 779 448
Mail: info@communicatrice.nl
KvK-nr: 04074865
BTW-nr: NL104838346B02

Social media